‘Lesobservaties als schakel in een lerende organisatie’

"De kwaliteit van de leerkracht is cruciaal. Wij leggen autonomie en eigenaarschap zo laag mogelijk in de scholen neer om tot een zo hoog mogelijke kwaliteit te komen." De PO-Raad spreekt Arien Hartog, directeur professionalisering bij Stichting openbaar Primair Onderwijs in Utrecht. "De leraar zelf en de schooldirecteur zijn als eerste aan zet om de kwaliteit in beeld te brengen. Dat betekent dus ook dat we vanuit het bestuur niet pro actief handelen, maar zoveel mogelijk uitlokken dat schooldirecteuren samen met medewerkers steeds een volgende stap zetten in de professionalisering. We hebben netwerken voor verschillende thema’s, waarin medewerkers van en met elkaar leren. Ik jaag deze netwerken aan en faciliteer ze."

De rol van observatie-instrumenten

"Om zicht te krijgen op deze kwaliteit onderscheiden wij fases in de ontwikkeling van leerkrachten. Vervolgens zetten wij een observatie-instrument in om deze fases in beeld te krijgen en afspraken te kunnen maken over een volgende stap. Zo is een observatie-instrument een instrument in het levenlang leren van een leerkracht, ingezet vanuit de opleidingsfunctie van de school. Het schept voor de school duidelijkheid."

Hartog: "Wij maken gebruik van de ICALT- vragenlijsten, onder andere omdat deze ook worden gebruikt als basis voor de lesobservaties van de Inspectie, maar vooral omdat deze zo goed de zone van ‘naastgelegen ontwikkeling’ aangeven. Dat werkt motiverend voor de school en de leerkracht om stapsgewijze verder te professionaliseren. Inmiddels zijn alle schoolopleiders geschoold in het gebruik van het instrument. De schoolopleiders zijn enthousiast omdat ze beter in staat zijn om met de medewerkers de zone van naaste ontwikkeling vast te stellen, of het nu gaat om studenten, starters of ervaren leerkrachten."

"Het gaat niet alleen om het functioneren in de klas, het functioneren van een leerkracht is breder: bijvoorbeeld in de omgang met ouders en in het team. Daarom is een observatie instrument één van de manieren om een impuls te geven aan het voortdurend leren van de leraar. Maar dat kan niet het enige instrument zijn. Het kan een hulpmiddel of schakel zijn bij het vaststellen van het onderscheid tussen start- basis en vakbekwaam van leraren. We moeten echter scherp in de gaten blijven houden dat ook dit onderscheid een hulpmiddel is aan het vormgeven van een proces van ontwikkeling en begeleiding van leraren en geen doel in zichzelf is", aldus Hartog.

Wat is voor jullie de betekenis van een ‘beproefd’ observatie instrument, zoals in de cao is afgesproken?

"Ik zie dat in een breder perspectief", vertelt Hartog. "Ik vind het goed en belangrijk dat de relatie tussen PO en de wetenschap wordt verstevigd. Zodat er vaker vanuit de wetenschap vragen en werkwijzen van scholen worden onderzocht enerzijds en er anderzijds een meer onderzoekende houding op scholen ontstaat. Ik vind het belangrijk dat ook een observatie instrument na toepassing wordt onderzocht op het effect. Is het een aanjager voor begeleiding en professionalisering van leraren en heeft dat een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs? Ik vind niet dat de wetenschap éérst instrumenten moet keuren, juist om de autonomie en het eigenaarschap bij het onderwijs te houden."

Wat levert het gebruik van een observatie instrument op?

Hartog verwacht geen aardverschuivingen door de inzet van lesobservatie instrumenten. "Het zijn hulpmiddelen om voortdurende groei en ontwikkeling van leraren te stimuleren. Het wordt pas een succes bij een bredere aanpak, waarin bewustwording, aandacht, prioritering en facilitering van voortdurende professionalisering op de scholen zelf gestalte krijgen. Instrumenten moeten daarbij geen doel op zichzelf worden. Ook in de landelijke sturing moet steeds worden gecommuniceerd dat het onderdeel is van een groter proces van het toewerken naar een lerende cultuur op iedere school."

Opleiden in de school, waarin meer scholen samenwerken met professionele opleiders en waarbij ook opleiden van medewerkers in bredere zin gestalte krijgt, kan een goed vehikel hierbij zijn.

Stichting openbaar Primair Onderwijs (SPO) in Utrecht

SPO is een schoolbestuur met 35 scholen, circa 1100 medewerkers en 11.000 leerlingen. De visie is dat alles wat op schoolniveau kán gebeuren ook daar moet plaatsvinden. Dat betekent dat schoolleiders integraal verantwoordelijk zijn. Er zijn 2 CvB-leden en een klein bovenschools apparaat (minder dan 10 fte) dat de scholen volgt en probeert maatwerk te leveren bij de ondersteuning.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 13 september 2016