Blog Freddy Weima: Beeld versus inhoud

In de Haagse politiek gaat het vaak om beelden. Een lelijk voorbeeld is de toeslagenaffaire. Terwijl tienduizenden mensen in de knel waren gekomen, bleef in de ministerraad lange tijd de beeldvorming voorop staan, zo blijkt uit de gepubliceerde kabinetsnotulen. Of de mondkapjesaffaire: die was nooit zo uit de hand gelopen als betrokkenen zich minder hadden laten leiden door het beeld.

Nu is er niks mis met een goed beeld. In onze mediasamenleving kunnen we er niet omheen. Als een minister iets goeds voor elkaar heeft gekregen, dan is het zelfs haar of zijn plicht om dat mooi voor het voetlicht te brengen. Dan stemt het beeld overeen met de inhoud. Het probleem is dat het beeld vaak belangrijker is geworden dan de inhoud. Dat bewindspersonen krachtdadig willen overkomen, maar de werkelijke problemen onvoldoende aanpakken.

Ook de rijksdienst is meer en meer in de ban van beeldvorming geraakt. De politieke dynamiek is steeds dominanter geworden op de ministeries. Op zich begrijpelijk als je je bijvoorbeeld realiseert dat het aantal Kamervragen in 25 jaar tijd verdrievoudigd is. Het aantal ambtenaren dat die vragen moet beantwoorden is niet navenant gegroeid, waardoor de mensen op de departementen een groter deel van hun tijd bezig zijn met de politiek in plaats van met het werkveld. Politieke beelden leiden de aandacht nogal eens af van de maatschappelijke werkelijkheid.

De roze olifant

Helaas is deze ontwikkeling niet aan de onderwijspolitiek voorbij gegaan. Iedereen weet dat we te maken hebben met reële problemen. In mijn vele kennismakingsgesprekken de afgelopen weken werd keer op keer duidelijk hoe enorm de impact van het lerarentekort is. Nu de zomervakantie nadert zijn nog steeds veel teams voor het nieuwe schooljaar niet compleet, omdat het stomweg niet lukt om de vacatures te vervullen. Er moet geïmproviseerd worden, met hulp van onderwijsassistenten, stagiaires, met klassen samenvoegen, met gepensioneerden, en zelfs dan is de bezetting vaak niet rond. Juist de kinderen die het allerhardst een heel goede leerkracht nodig hebben lopen het grootste risico dat dat niet lukt.

De problemen worden erkend en herkend in Den Haag. In de recente debatten over de Staat van het Onderwijs en het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) werd volop aandacht gevraagd voor het lerarentekort, alsook voor de dalende onderwijsprestaties en de stijgende kansenongelijkheid. De krachtige presentatie van Merel van Vroonhoven in de daaraan voorafgaande hoorzitting, waarbij ze letterlijk een roze olifant op tafel zette – over beelden gesproken – droeg daar ongetwijfeld aan bij.

Te vaak is gekozen voor het beeld: een incidentele impuls voor het onderwijs die de indruk wekt dat de problemen worden aangepakt, maar dat niet echt doet.

Samenwerking, vertrouwen, kennis

We weten wat er nodig is om de problemen aan te pakken. Een stevige samenwerking binnen de sector: leraren, schoolleiders, bestuurders en alle relevante partijen daaromheen. Vertrouwen ook: iedereen heeft een rol hierin en laten we die ook over en weer erkennen. We hebben kennis nodig: wat we weten over wat wel en niet werkt om tekorten, kwaliteitsproblemen en kansenongelijkheid te bestrijden moet de scholen in. De recente ResearchEd-conferentie liet weer zien hoe groot de eagerness is om onderwijs en kennis samen te brengen.

Maar we gaan het niet redden zonder de overheid en zonder Haagse support. En dan zien we weifelachtigheid. Te vaak is gekozen voor het beeld: een incidentele impuls voor het onderwijs die de indruk wekt dat de problemen worden aangepakt, maar dat niet echt doet. Want net als je ervan begint te profiteren is de impuls alweer afgelopen. Het dreigt bij het NPO: het levert een mooi beeld op, maar als de geldkraan zoals gepland in 2023 alweer dichtgaat is het gevaar groot dat we weer terug bij af zijn.

Er kan een gouden driehoek ontstaan als overheid, onderwijssector en kenniswereld intensief samenwerken

Gouden driehoek

Inmiddels is duidelijk dat een demissionair kabinet niet in staat en bereid is om structurele investeringen mogelijk te maken. Dus moeten we onze blik richten op de kabinetsformatie. Het nieuwe regeerakkoord moet een structureel antwoord bieden op de problemen in onze sector. Samen met de vakbonden heeft de PO-Raad gepleit voor het dichten van de loonkloof tussen primair en voorgezet onderwijs, een betoog dat breed gedeeld wordt. En het NPO moet worden omgevormd tot een verbeterprogramma met een structurele component. We hopen dit terug te lezen als de nieuwe regering aantreedt.

Maar het gaat niet alleen om geld. Het gaat ook om vertrouwen, het wegnemen van belemmerende regels en het stimuleren van samenwerking. Op de al eerder gememoreerde ResearchED-conferentie gebruikte inspecteur-generaal Alida Oppers daarvoor een mooi beeld: dat van de gouden driehoek, ook wel triple helix genoemd. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik Brainport, rondom Eindhoven. Die regio stond er in de jaren negentig niet goed voor, maar door een intensieve samenwerking van overheid, kennisinstellingen en bedrijven is het nu een van de sterkste en meest innovatieve gebieden in Europa.

Het kan

Zoiets kan ook in het onderwijs. Er kan een gouden driehoek ontstaan als de overheid, onderwijssector en kenniswereld intensief samenwerken op basis van een langjarig programma en een gemeenschappelijk doel. Dat doel hebben we voor ogen: goed onderwijs voor ieder kind. Voldoende goede leraren en schoolleiders. Besturen die dat maximaal faciliteren en goed samenwerken met alle partijen rondom het onderwijs. Alles evidence informed. Met vertrouwen, support en structurele middelen van de overheid.

Goede inhoud en goede beelden kunnen prima samengaan.