,,Duidelijkheid is het sleutelwoord''

,,Ik zie het als een uitdaging om recht te doen aan de inspanningen van allen die bij de school betrokken zijn'', vertelt Dino Andriol, directeur van basisschool Noorderbreedte in Veendam. De school had een minder goed imago, maar het schoolbestuur en de directeur hebben nu een beleid uitgezet om dat aan te pakken en het beeld van de school te verbeteren. De sfeer in het team is uitzonderlijk goed en er heerst een grote mate van verbondenheid met elkaar. Andriol: ,,De basis om een goed fundament te leggen.''

De visie van de Noorderbreedte is aangescherpt. Hierbij zijn ouders en overige ketenpartners direct betrokken. Ook worden andere instanties, die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de wijk, betrokken bij de activiteiten die worden ontwikkeld. Het onderwijs wordt op deze wijze meer afgestemd op deze visie en op de aanwezige en te verwachten leerlingenpopulatie en hun ouders. De school wordt ook anders georganiseerd. Er zijn vergevorderde plannen om nauw samen te gaan werken met de peuterspeelzaal, met voor- tussenschoolse en naschoolse opvang en met de bibliotheek. Voor kinderen van nieuwkomers is de school in gesprek om ook de ouders naar school te krijgen voor de inburgering, zodat zij samen met hun kinderen naar school kunnen.  

Slaan de plannen aan?

,,Ja, er is in toenemende mate meer belangstelling van ouders voor de school en er is een goed team ontstaan op school, met goede sfeer en een laag ziekteverzuim.'' De school is recent door de inspectie bezocht. Alle beoordeelde standaarden waren voldoende. Een mooie opsteker voor zowel het team, leerlingen, bestuur als ouders. En, hoewel de school in een krimpregio ligt, daalt het leerlingenaantal niet. Andriol: ,,We doen veel aan het bieden van een goede structuur en veiligheid, voor zowel kinderen als personeel.'' Dit vertaalt zich in de toename van het aantal leerlingen.

Hoe hou je zicht op kwaliteit van leraren?

Andriol: ,,Ik ben begonnen met het verhelderen van de verwachtingen. We zijn gestart bij het lesgeven. In het team hebben we met elkaar besproken hoe een goede les er uitziet. Hoe bouw je die op? Het gaat erom dat je de leerlingen aan het werk zet en aan het werk houdt.  Ik heb dat kort verwoord in een A4, een Kijkwijzer die is gebaseerd op het directe instructiemodel. Zo’n werkwijze moet je als leraar vaak gebruiken bij de lesvoorbereiding. Het moet inslijpen en ik wil het terugzien in de lessen.''

,,Het gaat erom dat je duidelijke verwachtingen uitspreekt over wat er geleerd moet en kan worden en dat evalueert. Naar leraren, maar ook naar de kinderen. Ook de kinderen hebben een mede verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces. Als leerkrachten weten wat er van hen wordt verwacht, werkt dat positief door naar de verwachtingen die zij hebben van kinderen.''

Hoe werkt dit in de praktijk?

,,Om zicht te krijgen over hoe dit in de praktijk werkt, bezoek ik vier keer per jaar een leraar, samen met de intern begeleider. De resultaten van de klassenbezoeken en toetsresultaten bespreken we individueel na. Het gaat natuurlijk om het gesprek. Maar we bespreken het ook na in het team ten behoeve van de verdere teamontwikkeling.'' De IB-er let daarbij vooral op de zorgkant, de directeur op zowel groeps- als schoolniveau.

Andriol: ,,Een ander instrument om de kwaliteit van leerkrachten in beeld te krijgen is het gebruik van het teambord dat we in de personeelskamer hebben. Dat hebben we overgenomen uit het project LeerKRACHT. Daarop vullen we twee maal per week als lerarenteam in welke doelen we gaan halen met de leerlingen. Dat biedt een houvast voor de leerkrachten. Ook de evaluatie van deze doelen is een input voor intervisie en het geven van feedback aan leerkrachten. Het is de bedoeling dat we deze borden ook in de klassen gaan ophangen, waarbij de leerkrachten samen met de leerlingen de leerdoelen voor een week of langere periode formuleren.''

Wat is de rol van observatie-instrumenten?

,,Eénmaal per jaar vindt een lesobservatie plaats met behulp van de Vaardigheidsmeter van Cadenza. Het doel was om deze meter ontwikkelingsgericht in te zetten. Toch was in het team van Noorderbreedte de indruk ontstaan dat het als beoordeling werd gebruikt. Het is heel belangrijk hoe je het gebruik van zo’n instrument inbedt. Het gaat tenslotte om de ontwikkeling en het gesprek. Dus hebben we een nieuwe start gemaakt dit jaar'', vertelt de directeur.

,,Van tevoren hebben we met het team besproken wat de bedoeling was. We hebben de normindicatoren die gericht zijn op het lesgeven er voor deze ronde uitgelicht. Ik ben eerst een keer in de klas gaan kijken op basis van de eigen kijkwijzer die ik heb ontwikkeld en die we in het team hebben gesproken. Dat bezoek hebben we nabesproken. Vervolgens hebben we een lesobservatie gedaan met de Vaardigheidsmeter. Inmiddels heb ik deze bij één collega afgenomen. Ook dit bezoek  hebben we nabesproken. Dat is nu goed geland. De betrokken collega gaf als feedback terug: ‘Zo krijg ik weer lol in mijn werk’.''

Wat is voor jullie de betekenis van een ‘beproefd’ observatie-instrument, zoals in de cao is afgesproken?

,,Voor de Vaardigheidsmeter van Candenza is OPRON-breed circa twee jaar geleden gekozen, onder andere omdat het een gevalideerde lijst is. Dat helpt bij het verhelderen van het doel van de inzet van de meter: het gaat niet om het beoordelen van de persoon, maar om het observeren en beschrijven van gedrag dat de leerkracht laat zien'', aldus directeur Andriol.

Wat levert het gebruik van het observatie-instrument op?

,,Duidelijkheid is het sleutelwoord. Het werken met Kijkwijzers en de Vaardigheidsmeter draagt bij aan een gezamenlijke taal en duidelijkheid over wat er van je wordt verwacht. Als leerkrachten dit weten en je met elkaar bespreekt wat je van kinderen verwacht, krijg je een andere sfeer, waarin het normaal wordt te praten over verdere ontwikkeling van jezelf en de kinderen.''

Ook vanuit het bestuur van Opron is wat dat betreft een kwaliteitsslag gemaakt. Het bestuur is geprofessionaliseerd, en dat heeft ook een impuls gegeven om de deskundigheid op scholen te vergroten. Andriol: ,,Het bestuur komt twee keer per jaar kijken naar mijn functioneren met behulp van de vaardigheidsmeter die ook bij de directeuren (en interne begeleiders) wordt afgenomen, en ik heb een reviewgesprek met hen en de interne begeleider over alle aspecten van de school.''

Een hechte samenwerking tussen de interne begeleider en de directeur is bij de schoolontwikkeling en borging van gemaakte afspraken, van cruciaal belang. ,,Dit hebben we op de Noorderbreedte goed geregeld!'' vindt Andriol. ,,In de jaarplanning laten we het gebruik van de vaardigheidsmeter op alle niveaus terugkomen. Je moet het plannen, want het kost veel tijd en anders schiet het erbij in. Het houd je scherp.''

Wat is Noorderbreedte?

Noorderbreedte is een kleurrijke basisschool. Er zitten relatief veel kinderen waarvoor extra middelen worden ontvangen zodat de groepen niet al te groot zijn. Circa 1/3 van de ouders van de school is aangewezen op de voedselbank. Andriol: ,,Als ik ’s morgens het hek open, komen er 180 leerlingen uit 16 culturen het schoolplein op. Je zou kunnen zeggen: ‘Nederland in het klein’. Afgezien van de huidskleur is er binnen de school geen verschil tussen de leerlingen.''

Noorderbreedte is één van de 18 scholen van Scholengroep OPRON, die openbaar primair onderwijs verzorgt in de gemeenten Menterwolde, Stadskanaal en Veendam. Dino Andriol is sinds augustus 2016 directeur van Noorderbreedte. Daarvoor werkte hij al een aantal jaren op een andere OPRON-school.

Laatst gewijzigd: 
maandag 13 februari 2017