Medewerkers primair onderwijs vaak tevreden over hun baan

Bijna tachtig procent van de onderwijsondersteuners, leerkrachten en schoolleiders in het primair onderwijs is tevreden tot heel tevreden met hun baan. Zij zijn het meest te spreken over de inhoud van het werk, de samenwerking met collega’s en de mate van zelfstandigheid. Aspecten die minder goed scoren zijn de beloning, loopbaanmogelijkheden en de hoeveelheid werk. Dit blijkt uit de ‘Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2016. De arbeidsmarkt in beeld’ van het Arbeidsmarktplatform PO.

Ton Groot Zwaaftink, voorzitter Arbeidsmarktplatform PO: ,,Het is mooi dat mensen graag in het primair onderwijs werken. Door de vergrijzing, minder pabo-gediplomeerden, een minder sterke leerlingenkrimp in veel regio’s en soms zelfs groei, zijn alle medewerkers hard nodig. Gelukkig zijn er tekenen van licht herstel van de instroom aan de pabo. Om voldoende jonge leerkrachten aan te trekken, gaan we onder andere middelbare scholieren via sociale media en de website van een studiekeuze laten zien hoe divers het beroep van leraar is.''

Meer mobiliteit

Onderwijspersoneel werkt vaak lang in dezelfde functie op dezelfde school. In de kleine en platte schoolorganisatie zijn de doorgroeimogelijkheden vaak beperkt. Schoolbesturen van een bepaalde regio kunnen samen meer mobiliteit stimuleren, zeker als vraag en aanbod per schoolbestuur van elkaar verschilt. Het Arbeidsmarktplatform PO biedt scholen het online instrument Scenariomodel PO om leerlingenprognoses en formatieramingen te berekenen aan. Ook heeft het vanuit het Sectorplan PO de komst van regionale transfercentra ondersteund. Daarin maken schoolbesturen samen gebruik van vervangingspools en zorgen zij voor meer mobiliteit.

Professionalisering

Het primair onderwijs heeft alle aankomende en zittende leerkrachten hard nodig; in 2020 kan het tekort oplopen tot ruim 4000 fte. Het is daarom van belang om te werken aan de ontwikkeling van leerkrachten. Bijna veertig procent van het onderwijspersoneel geeft aan dat hun leidinggevende hen in grote mate stimuleert kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Ruim driekwart van de medewerkers heeft de afgelopen twee jaar een opleiding of cursus voor het werk gevolgd. Het blijven professionaliseren is nodig voor een goede onderwijskwaliteit en ook voor de eigen inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling. Naast de aandacht voor de professionaliteit van leerkrachten, is ook de ontwikkeling van schoolleiders, schoolbestuurders en scholen belangrijk.

Hogere instroom en minder uitval

Een hogere instroom van studenten op de pabo en van leerkrachten in de scholen draagt bij aan het hebben van voldoende goed opgeleide leerkrachten. Het werken aan een lagere uitval uit studie en beroep is eveneens belangrijk. Door bijvoorbeeld leerlingen in het voortgezet onderwijs en andere aspirant-leerkrachten goed voor te lichten over het vak van leraar kan een hogere instroom worden bereikt. Ook campagnes om de aantrekkelijkheid van de sector en de pabo zichtbaar te maken, zijn goed voor het imago. Verder zijn er pabo-afgestudeerden door de leerlingenkrimp in een andere sector gaan werken. Zij kunnen verleid worden om terug te keren naar de klas.

De uitval valt te verminderen door onder andere de pabo en het werk beter te laten aansluiten bij de interesses van verschillende (potentiele) doelgroepen, zoals mannelijke leraren en academici. Het bieden van loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en goede arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden zijn aspecten voor het HRM-beleid om zittende leerkrachten aan de sector te binden. Om voortijdige uitval te voorkomen, moeten startende leraren goed en structureel begeleid worden.

Ieder jaar publiceert het Arbeidsmarktplatform PO deze analyse met een variatie aan cijfers en trends over de onderwijsarbeidsmarkt in het primair onderwijs.

Laatst gewijzigd: 
woensdag 16 november 2016

Nieuwscategorieën