Op de verlanglijst voor het po: de beste leraren voor de klas

In de aanloop naar de verkiezingen vraagt de PO-Raad nog één keer de aandacht voor haar drie belangrijkste verzoeken aan een nieuw kabinet. In deze tweede editie ‘de beste leraren voor de klas’. Wat zijn de wensen van de PO-Raad, in welke mate leeft het onderwerp in de sector en wat beloven de partijen in hun programma’s?

Met de ambitie om de beste leraren voor de klas te krijgen én te behouden, wil de PO-Raad de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs vergroten en tegelijkertijd het dreigende lerarentekort het hoofd bieden. Om dit te bereiken, is het volgens de sectororganisatie voor het primair onderwijs (po) van groot belang dat het lerarenvak aantrekkelijker wordt gemaakt.

Een betere beloning

Bij een aantrekkelijker lerarenvak hoort een verbetering van het loongebouw. De lonen en carrièreperspectieven in het primair onderwijs liggen namelijk ver onder die van andere onderwijssectoren. Zo wordt een leraar in het voortgezet onderwijs (vo) direct bij de start van zijn loopbaan al beter betaald, heeft hij meer kans op groei én heeft de groei meer effect op het salaris. Uit cijfers van de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt bovendien dat leerkrachten in het primair onderwijs gemiddeld 30 procent minder verdienen dan andere hbo-afgestudeerden. Wat de PO-Raad betreft past deze beloningssystematiek niet bij het doel om het leraarsvak aantrekkelijker te maken voor huidige én potentiele leraren. Zij pleit daarom voor het gelijktrekken van de salarissen van leraren uit het po met die van leraren uit het vo.

Deze roep om een beter salaris wordt breed gedragen in de sector. In de afgelopen maand stond het thema onder meer centraal in Onderwijspoort, tijdens het lerarendebat in de Tweede Kamer, in verschillende verkiezingsprogramma’s (zie pag. 6) en in de blog die leraar Thijs Roovers schreef op poraad.nl. Daarnaast kwam de Algemene Onderwijsbond (AOb) met een salarisstappenplan voor de komende kabinetsperiode. De nieuwste ontwikkeling: een Facebook-pagina PO in actie waarop ruim twintigduizend leraren zich in drie weken tijd verenigden om zich samen hard te maken voor een betere beloning van leraren in het primair onderwijs. Wat wil deze groep precies bereiken en wat kunnen we nog verwachten van hen? De PO-Raad sprak Jan van de Ven, vanaf het eerste uur nauw betrokken bij de groep (zie kader hieronder).


Vermindering werkdruk

Om de beste leraren voor de klas te krijgen en te behouden, moet ook de werkdruk omlaag, zodat leraren voldoende tijd en ruimte krijgen om hun vak uit te oefenen en te werken aan hun eigen professionalisering. Het feit dat onlangs bij het ‘Meldpunt regeldruk PO’ in zeven weken tijd drieduizend meldingen binnenkwamen over regeldruk, baart de PO-Raad dan ook zorgen.

De PO-Raad vindt dat een nieuw kabinet de gevolgen van huidige wet- en regelgeving op de werk- en regeldruk onder leraren kritisch tegen het licht moet houden en overbodige wet- en regelgeving moet schrappen. Daarnaast wijst de sectororganisatie voor het primair onderwijs op het feit dat scholen de afgelopen jaren noodgedwongen hebben moeten bezuinigen op ondersteunend personeel, waardoor veel leraren er extra (administratieve) taken bij hebben gekregen. Zij stelt daarom dat het hoog tijd is dat de overheid fors in het onderwijs investeert. Alleen dán kunnen leraren weer zoveel mogelijk tijd overhouden voor lesgeven. Tot slot wijst de PO-Raad op de mogelijkheden van de inzet van ICT voor het verminderen van werkdruk in het onderwijs.

Wat wil de politiek?

Onder andere D66, GroenLinks en de SP zeggen werk te maken van werkdrukvermindering. Ze willen dit onder meer bereiken door het vaststellen van een maximale klassengrootte van circa 23 leerlingen. Daarnaast willen D66 en de PvdA dat leraren in het primair onderwijs maximaal acht dagdelen per week lesgeven, zodat zij voldoende ruimte hebben om te werken aan onderwijsverbetering.

Het is goed dat erkend wordt dat de werkdruk in het primair onderwijs te hoog is en dat politieke partijen hier iets aan willen doen. De genoemde mogelijke maatregelen kunnen daaraan bijdragen en het zou goed zijn als scholen en teams de financiële ruimte krijgen om deze maatregelen te nemen. Scholen, leerwegen en leerlingpopulaties kunnen echter enorm verschillen, het is dan ook van belang dat scholen zelf de vrijheid houden om te beslissen over wat nodig is en het beste werkt. In lang niet alle situaties is een verkleining van de klas of vermindering van de lestijd van leraren namelijk de oplossing. Er zijn scholen waar bijvoorbeeld onderwijsassistenten worden ingezet. De klas wordt daar niet kleiner van, maar het aantal handen en ogen per leerling is wél groter. En ook de vermindering van lestijd van leraren vraagt om het maken van belangrijke afwegingen op schoolniveau, zo bleek recent uit de Kamerbrief van staatssecretaris Dekker over een motie-Van Meenen en Ypma.

Laatst gewijzigd: 
maandag 10 april 2017

Nieuwscategorieën