OESO-onderzoek naar het Nederlandse onderwijsstelsel gepubliceerd

Het Nederlandse onderwijsstelsel staat er over het algemeen goed voor. Wel zijn er belangrijke verbeterpunten op het gebied van vroegschoolse educatie, kansengelijkheid, excellentie en professionalisering van leraren schoolleiders en - besturen. Dat blijkt uit de Review of National Policies for Education: Netherlands 2016 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Het Nederlandse onderwijs is volgends de meeste OESO-indicatoren sterk en steekt op veel gebieden boven het maaiveld uit. Deze goede prestaties komen volgens de OESO door een ‘een onderwijssysteem dat een hoog niveau van decentralisatie en autonomie van scholen combineert met sterke verantwoordingsmechanismen en goede informatievoorziening’. Daarnaast worden de bekostiging met extra steun voor achterstandskinderen (die al jaren afneemt), de mogelijkheden in het systeem om leerlingen later te selecteren (gemengde brugklassen) en een competente beroepsgroep van leraren, schoolleiders en bestuurders genoemd als positieve kenmerken van ons onderwijsstelsel.

Verbeterpunten

De PO-Raad is blij met de constatering van de OESO dat het Nederlandse onderwijs in internationaal opzicht goed presteert. Het rapport laat volgens de sectororganisatie voor het primair onderwijs echter ook een aantal belangrijke verbeterpunten voor ons onderwijsstelsel zien.

Allereerst geeft het rapport aan dat de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie en opvang verbeterd moet worden. Als middel hiervoor beveelt de OESO het integreren van de kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie aan. Dit advies sterkt het pleidooi van de PO-Raad voor één geïntegreerde basisvoorziening voor alle peuters.

Ook constateert de OESO dat het systeem van vroege selectie onder druk staat vanwege de grote verschillen in prestaties tussen leerlingen binnen dezelfde niveaus in het voortgezet onderwijs en de toenemende ongelijkheid in kansen naar sociaaleconomische status. Dit sluit aan bij het recent gepubliceerde rapport ‘de Staat van het Onderwijs’ van de Onderwijsinspectie, waaruit blijkt dat kinderen van lager opgeleide ouders het steeds vaker minder ver schoppen dan hun leeftijdsgenoten met hetzelfde IQ en met hoger opgeleide ouders. Deze groeiende ongelijkheid is volgens de PO-Raad zeer zorgelijk. De door de OESO voorgestelde oplossing om een landelijke eindtoets de vervolgopleiding voor basisschoolleerlingen te laten bepalen, is echter zeer onwenselijk. Ervaringen van de afgelopen jaren hebben echter laten zien dat een dergelijke leidende toets perverse prikkels met zich meebrengt, waarbij het recht op toelating tot het voortgezet onderwijs wordt gebaseerd op een momentopname in plaats van op de totale ontwikkeling die een kind heeft doorgemaakt. De PO-Raad is daarom van mening dat vertrouwd moet worden op langdurige observatie – met behulp van een leerlingvolgsysteem – en schooladviezen van basisscholen. De eindtoets kan daarbij dienen als een belangrijk component waaraan de school de kwaliteit van het schooladvies kan toetsen. Lees hier de blog die PO-Raad-voorzitter Rinda den Besten eerder hierover schreef.   

Tot slot laat het OESO-rapport zien dat het Nederlandse onderwijsstelsel het internationaal gezien moet stellen met een bescheiden bekostiging. Dat het onderwijs zo goed presteert is dus een groot compliment aan scholen en onderwijsprofessionals. Maar tegelijkertijd toont de OESO het belang aan van de verdere professionalisering van leraren en aantrekkelijkere loopbaan- en beloningsperspectieven in het primair onderwijs. Om als sector hier verdere stappen in te kunnen maken, is voor de PO-Raad een toereikendere bekostiging noodzakelijk.

OESO-rapport

Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) heeft de OESO het Nederlandse onderwijsstelsel geanalyseerd. De laatste integrale internationale doorlichting van ons onderwijsstelsel vond in 1989 plaats. Lees hier het gehele OESO-rapport.

Laatst gewijzigd: 
dinsdag 20 juni 2017

Nieuwscategorieën