Samenwerking basisonderwijs en kinderopvang groeit

Bijna een kwart van alle scholen en een minstens zo groot deel van de kinderopvang profileert zich als integraal kindcentrum (IKC), een organisatie waar scholen, kinderopvang en vaak ook jeugdhulp samenwerken voor een betere voorziening voor kinderen en ouders. Daarmee steeg het aantal IKC’s met zo’n tien procent sinds 2016, zo blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Oberon in opdracht van Het Kinderopvangfonds. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd.

,,De belangrijkste reden om samen te werken, is om een plek te bieden waar kinderen hun talenten het best kunnen ontwikkelen”, ziet onderzoeker Michiel van der Grinten van Oberon. ,,Het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden en een betere zorg voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, zijn twee andere belangrijke redenen. Scholen en kinderopvang zien dat kinderen zich door intensieve samenwerking beter ontwikkelen en met meer plezier naar school gaan.” Als kinderen zich langs een doorgaande lijn kunnen ontwikkelen, profiteren zij daar ook op latere leeftijd nog van. En daar heeft de hele maatschappij iets aan, ziet de PO-Raad. Een betere samenwerking tussen onderwijs en opvang kan tegelijkertijd bijdragen aan het verminderen van personeelstekorten en de werkdruk.

De PO-Raad herkent de stijgende trend van het aantal IKC’s. Uit een eigen peiling in 2017 bleek al dat bijna tachtig procent van de schoolbesturen er wel oren naar heeft om een IKC te starten.

Belemmerende regels

Dat scholen en kinderopvang hier desondanks niet altijd voor kiezen, komt omdat wet- en regelgeving nog steeds in de weg staat. Zo zijn gemeenten verplicht in schoolgebouwen te investeren maar geldt die verplichting niet voor kinderopvang. In de ene gemeente is het daarmee makkelijker een IKC op te zetten dan in de ander. Daarnaast is het ingewikkeld en bureaucratisch om personeel van opvang en onderwijs uit te wisselen, omdat ze onder verschillende cao’s vallen. Voor beide sectoren gelden bovendien andere normen die elkaar nog wel eens tegenspreken.

Vooral grotere besturen lukt het opzetten van een IKC desondanks soms wel. Zij hebben relatief gezien meer geld om de notaris van te betalen die hen wegwijs maakt in het woud van de juridische regels.

Eén basisvoorziening voor alle kinderen

Met kinderopvangorganisaties en gemeenten pleit de PO-Raad dan ook al jaren voor het wegnemen van dergelijke belemmerende regels, maar veranderingen vinden slechts mondjesmaat en langzaam plaats. In het Algemeen Dagblad laat de PO-Raad weten dit onbegrijpelijk te vinden. Sinds 2013 pleit ze daarnaast voor één basisvoorziening voor alle kinderen, waar alle jonge kinderen, voordat ze naar school gaan, minimaal 16 uur per week gratis naar toe kunnen. De opvang is nu zo versnipperd georganiseerd dat het afhangt van je woonplaats, de organisatie van de overheid en de opleiding van je ouders met welke bagage een kind in groep 1 of uiteindelijk de middelbare school terechtkomt. Voor kinderen van werkende ouders is alleen plek op de kinderopvang, kinderen met een risico op achterstanden gaan naar een voorschoolse voorziening en kinderen van niet-werkende ouders blijven thuis of bezoeken een peuterspeelzaal. Daarbij zijn de verschillen tussen gemeenten groot. Waar de ene gemeente veel voorschoolse voorzieningen aanbiedt, doet de andere dat veel minder. Een IKC kan ook deze versnippering tegengaan.

Voor meer kansengelijkheid en een betere ontwikkeling van kinderen, moet de overheid IKC-vorming meer stimuleren en een basisvoorziening faciliteren, vindt de PO-Raad. Ze blijft hier met haar partners voor pleiten in Den Haag.  

 

Laatst gewijzigd: 
woensdag 10 juli 2019

Nieuwscategorieën