“Het ideale inclusieve schoolgebouw is een gebouw waar je niks speciaals aan ziet”
In de Week van de Toegankelijkheid staan inclusieve schoolgebouwen centraal. “Het is eigenlijk raar dat we het hier nog steeds over moeten hebben,” zegt expert Rob in ’t Zand. “Onderwijs zou juist dé plek moeten zijn waar iedereen welkom is.” Toch worden in Nederland nog steeds scholen gebouwd waar niet ieder kind zomaar binnenkomt. Een rolstoeltoegankelijke ingang, goede akoestiek voor dove leerlingen of een logische route naar het toilet zijn nog altijd geen vanzelfsprekendheden. In ’t Zand vertelt wat er nodig is voor verandering.
Wat is inclusieve onderwijshuisvesting?
Volgens In ’t Zand, die is verbonden aan adviesbureau voor onderwijshuisvesting nul25 en bestuurslid is bij de coalitie voor inclusie, is inclusieve onderwijshuisvesting in de kern heel eenvoudig. “Een inclusief schoolgebouw is een schoolgebouw waar je niks speciaals aan ziet, maar waar je wél rekening houdt met alle mensen.”
Het basisprincipe wordt universal design genoemd. Dit betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat ze voor iedereen bruikbaar zijn en je voor niemand nog aanpassingen hoeft te doen. “In dit soort scholen is elk kind welkom. Er zijn geen fysieke barrières.”
Omdat universal design al start bij het begin, het ontwerpen van de gebouwen, voorkom je hiermee dure aanpassingen achteraf én ongemak voor leerlingen met een beperking. In de kern wordt rekening gehouden met bijvoorbeeld aangepast sanitair, een betere akoestiek en een overzichtelijke plattegrond.
Belemmeringen in bestaande gebouwen
Het wordt volgens In ’t Zand lastiger als het gaat om het aanpassen van de huidige schoolgebouwen. “Vaak is het een doelmatigheidsprincipe. Het idee dat we toch niet een heel gebouw gaan aanpassen als er één kind met bijvoorbeeld een rolstoel, een auditieve of een visuele beperking binnenkomt,” zegt In ’t Zand. In veel gevallen wordt er dan gekozen voor een compromis: slechts één lokaal wordt geschikt gemaakt. “Maar dan veroordeel je een kind om de hele schooltijd in dat ene lokaal te blijven. Dan maak je hem of haar weer speciaal. Dat wil geen enkel kind.”
Het achterliggende probleem is volgens In ’t Zand tweeledig. Een belangrijke blokkade zit in de financiering, maar ook het gesegregeerde onderwijssysteem bemoeilijkt het proces. Terwijl scholen in het gespecialiseerd onderwijs soms tot 21.000 euro per leerling ontvangen, krijgen reguliere scholen slechts 7.000 euro. Ook als ze een kind met een intensieve ondersteuningsbehoefte opnemen.
“Het systeem maakt hier niet voor niets een onderscheid in,” zegt In ’t Zand. “Als je kinderen met en zonder beperking samen op school wilt hebben, dan zul je ook de financiering met het kind mee moeten laten komen.”
Inclusieve onderwijshuisvesting is nog niet verplicht
Een ander probleem is dat inclusieve onderwijshuisvesting vaak onbekend terrein is. Daarnaast ontbreekt het aan wettelijke druk. Hoewel Nederland het VN-verdrag Handicap in 2016 heeft geratificeerd en sinds 2024 de NEN 9120 kent, de norm voor toegankelijk bouwen, is deze nog niet verplicht. “Er zijn maar weinig gemeenten die zeggen: wij vinden dit zo belangrijk dat we het nu direct op de agenda zetten. Vaak wordt er gezegd: in 2035 of 2040 moeten we zorgen dat alles geschikt is. Maar als we praten over huisvesting, dan is 2035 vandaag. Een gebouw staat er zo veertig tot zestig jaar. Dus als je het nu niet doet, dan doe je het waarschijnlijk nooit meer.”
“Het probleem is: als je er in de komende tien jaar niet mee aan de slag gaat, creëer je weer een hele nieuwe gebouwenvoorraad. Dan duurt het nog langer. Daarom doe ik een oproep aan alle onderwijsbesturen: maak werk van inclusieve onderwijshuisvesting. Begin er gewoon mee en leer wat nodig is.”
Begin nu en maak gebruik van de kennis die er is
Dat is volgens In ’t Zand ook de beste manier. Kijken wat er nodig is om te zorgen dat iedereen hier op zijn plek zit. “Denk bijvoorbeeld bij elke verandering die je doet in je gebouw na over de vraag: wat als er een kind dat blind, doof of slechthorend is, op het autistische spectrum zit of dwerggroei heeft hier op school komt? Hoe kan ik daar, als ik toch bezig ben met deze verandering, nu al rekening mee houden? Hoe zorg ik dat dit geen belemmering wordt, en dat ieder kind zich zelfstandig kan bewegen door het gebouw?”
Maak ook gebruik van de kennis die er is, zegt In ’t Zand. “Vraag ouders: wat hebben jullie thuis geregeld? Hoe kunnen we daar hier rekening mee houden? En in vrijwel elke gemeente is er een VN-panel of een platform voor mensen met een beperking. Betrek hen bij het ontwerp- en bouwproces.”
Verscheidenheid is een gegeven
De weg naar inclusief onderwijs begint al vóór de ingang van het schoolgebouw. Door nu te bouwen met alle leerlingen in gedachten, investeren we in een systeem waarin niemand uitgesloten wordt. Elke verbouwing of nieuwbouw is een kans om het beter te doen.
“Als we in de toekomst een inclusief systeem willen, dan moeten we vandaag beginnen,” concludeert in ’t Zand. “Niet pas als we alle faciliteiten perfect geregeld hebben. Verscheidenheid is een gegeven. Dus maak het normaal dat je met iedereen rekening houdt.”


