Schoolgebouwen

Foto van nieuw schoolgebouw

Goed onderwijs vraagt om goede schoolgebouwen. Helaas schiet de kwaliteit van de onderwijshuisvesting in Nederland nogal eens tekort. De gemiddelde leeftijd van een schoolgebouw is 40 jaar, het binnenklimaat van 80 procent van de scholen is matig tot slecht en gebouwen zijn niet meer toegerust op moderne toepassingen. Leraren in het basisonderwijs geven hun schoolgebouw gemiddeld dan ook slechts een 5,7.

Inefficiënte besteding

Een belangrijke oorzaak ligt in de financieringswijze: zowel schoolbesturen als gemeenten krijgen vanuit het Rijk middelen om huisvesting te financieren. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding en schoolbesturen voor de exploitatie en het onderhoud (óók aan de buitenkant van het gebouw). Uiteenlopende belangen leiden vaak tot inefficiënte bestedingen. 

Verouderde normen

Een ander probleem, is dat de officiële normen waaraan schoolgebouwen moeten voldoen dateren uit de jaren tachtig en zijn gebaseerd op financiële afwegingen in plaats van kwaliteitseisen. De normen gaan onder andere uit van enkele beglazing en het gebruik van een stencilmachine. De PO-Raad heeft daarom met haar leden zelf een kwaliteitsstandaard ontwikkeld, passend bij de normen van deze tijd. Schoolbesturen en gemeentebesturen kunnen hiermee op lokaal niveau afspraken maken over het in lokale situatie gewenste kwaliteitsniveau.

Wat doet de PO-Raad?

Omdat het huisvestingsstelsel dreigt vast te lopen, wil de PO-Raad het stelsel als geheel tegen het licht te houden. Tot die tijd, werkt zij samen met de VO-raad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) naar een aantal beperkte aanpassingen aan het bestaande stelsel, zoals het in de wet opnemen van renovatie en het Integraal Huisvestingsplan. Ook hebben de partijen een wetgevingsvoorstel gedaan voor het nuanceren van het investeringsverbod.

Lees ook de afspraken in de lijn 'Onderwijs is samen opgroeien' van de strategsche agenda 2018-2022. 

Meer weten?

Voor meer informatie over het thema huisvesting kunt u terecht bij de Helpdesk of bij onze beleidsadviseur Tanja van Nes.

Alle inhoud binnen dit thema

Laatste nieuws

  • Met het nieuwe programma 'Scholen besparen energie' wil het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) scholen stimuleren aan de slag te gaan met relatief eenvoudige aanpassingen om energie te besparen. ,,Het resultaat merk je snel genoeg aan een lagere energierekening. Belangrijk is dat je het agendeert en er iemand voor verantwoordelijk maakt."

  • De overheid moet schoolbesturen gaan aanspreken wanneer zij onvoldoende doen aan verduurzaming, stelt De Bouwagenda. Ook de PO-Raad constateert dat het verduurzamen van schoolgebouwen te langzaam gaat, maar vindt het niet terecht dat De Bouwagenda alleen met de vinger naar de scholen wijst.

  • Scholen met een elektriciteitsverbruik vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas per jaar, moeten uiterlijk 1 juli 2019 rapporteren welke energiebesparende maatregelen zij hebben genomen. Schoolbesturen moeten hun rapportages indienen bij het nieuwe eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De PO-Raad raadt ook scholen met een energieverbruik onder de grenswaarde aan de vernieuwde Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) te raadplegen.

Standpunten

  • Alle schoolbesturen moeten aan de slag met verduurzaming. Geld is geen excuus.

    Er is te weinig geld en het stelsel wringt, máár: dat ontslaat schoolbesturen niet van de plicht om te voldoen aan de wet en te zorgen voor de best mogelijke schoolgebouwen voor kinderen. Dat kan...

  • Goede besturen moeten recht krijgen op doordecentralisatie

    De meest effectieve manier om voor een goede leeromgeving te zorgen, is door de gebruiker van het gebouw de regie te geven. Schoolbesturen die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen zouden wat de PO-Raad betreft daarom een ‘versterkt recht’ op doordecentralisatie moeten krijgen.

  • Kwaliteit van schoolgebouwen moet omhoog

    Het binnenklimaat van 80 procent van de scholen is matig tot slecht en gebouwen zijn niet meer toegerust op moderne toepassingen. Leraren in het basisonderwijs geven hun schoolgebouw gemiddeld dan ook slechts een 5,7. Kortom, de kwaliteit moet omhoog. 

Agenda

Komende evenementen

Meer agenda-items

Toolbox huisvesting


Hier vindt u rekenprogramma's die u kunnen helpen bij het financieel inrichten van uw huisvesting.

Achtergrond afbeelding toolbox bestaande uit radarwielen

Publicaties over huisvesting

  • Handreiking volledige doordecentralisatie
  • Kwaliteitskader voor schoolgebouwen
  • Handreiking asbest

Green Deal Scholen


Green Deal helpt scholen bij het verduurzamen van het schoolgebouw.

Huisvestingsvoorstel PO-Raad, VO-raad en VNG

In mei 2018 stuurden de brancheorganisaties dit voorstel naar de bewindslieden in Den Haag. 

Veelgestelde vragen

  • Geldt de informatieplicht voor de wet milieubeheer voor individuele scholen met een verbruik van meer dan 50.000 kWh, of ook voor besturen met een gezamenlijk verbruik van die omvang?

    In de sectoren po en vo is een instelling (of eigenlijk volgens de Wet milieubeheer; ‘inrichting’) een school. De informatieplicht geldt dus enkel voor scholen die een hoger verbruik hebben dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (equivalent) per jaar.

    Vaak is het ook voor scholen die qua elektriciteit en gasverbruik onder deze normen verbruiken wel zinvol om de maatregelen door te nemen en te kijken welke goed uitvoerbaar zijn op uw school/scholen. Het idee is namelijk dat deze maatregelen zich doorgaans terugverdienen.

  • Moeten schoolpleinen buiten schooltijd toegankelijk zijn?

    Een speelplaats bij een school heeft meestal 2 functies: als openbare ruimte en als schoolplein. Onder schooltijd is het plein in gebruik onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Daarna en daarvoor valt het plein feitelijk onder de openbare ruimte en draagt de gemeente (mede) verantwoordelijkheid. In verband hiermee is het wenselijk met de gemeente een convenant te sluiten waarin is opgenomen dat beide functies voorkomen en welke partij in welke situatie verantwoordelijk is indien zich op dit terrein een ongeluk voordoet. Als alles goed is onderhouden en een spelend kind het been breekt zijn in beginsel het schoolbestuur en de gemeente hiervoor niet aansprakelijk. Maar als het kind door nalatigheid van een van de partijen struikelt over een opgebroken toegangspad of omhoog gelegen tegels, dan wel ongelukkig valt of schade aan de kleding ontstaat doordat de kwaliteit van de schommel niet in orde is, een paar treden van de glijbaan zijn doorgeroest, het klimrek niet veilig is, et cetera, dient terdege rekening te worden gehouden met een aansprakelijkheidsstelling.

    Om vermelde aansprakelijkheid te voorkomen wordt steeds vaker de speelplaats na schooltijd afgesloten en zelfs na overleg met de politie, verboden toegangbordjes geplaatst. Hierdoor ontstaat voor de politie de mogelijkheid eventueel verbaliserend op te treden en zal ongetwijfeld regelmatiger door hen toezicht worden uitgeoefend. Voor de kinderen uit de buurt betekent dit echter een inperking van speelvoorzieningen, met alle mogelijke gevolgen voor de beweging van kinderen van dien. Alvorens een dergelijk bordje te plaatsen verdient het daarom aanbeveling overleg te voeren met de gemeente om te bezien of dit wel de gewenste oplossing is, respectievelijk het probleem niet alsnog anderszins kan worden ondervangen, bijvoorbeeld door een bordje te plaatsen dat het gebruik van de speelplaats na schooltijd voor eigen risico is, hetgeen minder dreigend naar de buurt overkomt.

  • Is de gemeente verantwoordelijk voor een constructiefout in het schoolgebouw ook al is het schoolbestuur bouwheer?

    Bij een van onze scholen is een constructiefout vastgesteld in het dak van het gebouw. Bij de totstandkoming van het gebouw was ons schoolbestuur bouwheer. De gemeente is van mening dat zij nog niet formeel kunnen beslissen over onze aanvraag in de kostenbestrijding. De gemeente is toch verantwoordelijk ondanks ons bouwheerschap? Complicerende factor is dat de aannemer die destijds betrokken was bij de bouw failliet is.

    Volgens de wet dient de gemeente de kosten van een constructiefout te vergoeden. Uiteraard moet er eerst worden vastgesteld óf er sprake is van een constructiefout.

    Het feit dat het schoolbestuur bouwheer is geweest, is niet relevant. Ook wanneer het schoolbestuur bouwheer was, blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een vergoeding van een constructiefout leidend. Het enige wat roet in het eten kan gooien is wanneer de fout is ontstaan als gevolg van nalatigheid door het bestuur. Het feit dat de aannemer failliet is staat er los van. Dat betekent alleen dat de aannemer, als de constructiefout aan zijn handelen te wijten is, er niet meer op aangesproken kan worden door de gemeente. De gemeente zou anders de schade eventueel op hem kunnen verhalen.

    Als het gaat om de procedure, geldt voor de gemeente dat zij zich moeten houden aan de eigen verordening. Dus nu het als een constructiefout is erkend, en de toegezegde middelen ontoereikend zijn, zal de gemeente toch linksom of rechtsom het geheel moeten vergoeden. Artikel 30 van de Verordening onderwijshuisvesting biedt de gemeente voldoende mogelijkheden om het probleem op te lossen.