Speciaal onderwijs

Twee jonge meiden die onder een boom zitten en elkaar zusterlijk vasthouden

Voor kinderen die het reguliere basisonderwijs ondanks extra ondersteuning niet kunnen volgen, is er plek in het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs. Het gaat dan om kinderen met leer- of gedragsproblemen, lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps, langdurig zieke kinderen of kinderen met een psychiatrische stoornis. Schoolbesturen in het regulier, speciaal basis- en speciaal onderwijs dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid om deze leerlingen een passende plek te bieden. Zij hebben een zorgplicht. Om aan die zorgplicht te voldoen, werken de schoolbesturen samen in een regionaal samenwerkingsverband.

Wat is het verschil tussen speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs?

Het speciaal basisonderwijs biedt ondersteuning aan kinderen met lichte gedrags- en leerproblemen. Leerlingen uit het speciaal basisonderwijs vervolgen hun carrière vaak in het praktijkonderwijs of op het vmbo/lwoo, maar dat hoeft niet. Bij meer complexe problemen of wanneer een integrale behandeling met de jeugdhulp van belang is komt speciaal onderwijs in beeld. Een deel van deze leerlingen is ook voor het vervolg aangewezen op het voortgezet speciaal onderwijs.

Hoe zit het speciaal onderwijs in Nederland in elkaar?

De scholen voor speciaal onderwijs richten zich veelal op specifieke doelgroepen, b.v. zeer moeilijke lerende kinderen of kinderen met ernstige gedragsproblemen. Deze doelgroepen vragen vaak specifieke expertise en aanpassingen binnen de schoolomgeving. De leerlingen waarvoor in het basisonderwijs of speciaal basisonderwijs geen passende plek is, krijgen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs.

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs

In de samenwerkingsverbanden maken besturen in het basis-, speciaal basis- en speciaal onderwijs onder andere afspraken over:

  • de ondersteuning die reguliere scholen kunnen bieden;
  • welke leerlingen geplaatst kunnen worden in het speciaal onderwijs;
  • de verdeling van de ondersteuningsmiddelen (basisondersteuning en extra ondersteuning).  

Basisondersteuning en extra ondersteuning

De samenwerkingsverbanden ontvangen het geld voor extra de ondersteuning van leerlingen. Dit geld wordt verdeeld en ingezet op basis van de afspraken die in het bestuur van het samenwerkingsverband worden gemaakt. Alle scholen in het samenwerkingsverband moeten een afgesproken niveau van basisondersteuning bieden aan alle leerlingen. Door optimale preventieve ondersteuning kunnen zwaardere problemen worden voorkomen. Leerlingen voor wie de basisondersteuning niet voldoende is, komen in aanmerking voor extra ondersteuning. Dit kan met extra geld binnen de school, in het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of in de vorm van bovenschoolse voorzieningen in het samenwerkingsverband (bijvoorbeeld synthese- en integratieklassen). Er zijn veel soorten onderwijsarrangementen en voorzieningen mogelijk, eventueel in combinatie met instellingen voor jeugdzorg en jeugdhulpverlening.

Wat doet de PO-Raad?

De PO-Raad behartigt de belangen van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. Daarbij laat de PO-Raad zich leiden door de kennis en ervaringen die belangenvereniging LECSO heeft in het (v)so-veld.

LECSO verzamelt, ontwikkelt, verspreidt en deelt kennis, onder andere via werkgroepen, congressen en workshops. Op die manier faciliteert LECSO collegiale consultatie en expertise-uitwisseling. Ook fungeert LECSO als expertisehelpdesk. Primair richt LECSO zich op goed onderwijs, kwaliteitszorg en ketens & partners. 

Ambitie

De PO-Raad en LECSO vinden dat er voor alle kinderen en jongeren een passende plek in het onderwijs moet zijn, zodat zij uiteindelijk zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in de maatschappij. Daarbij is het uitgangspunt: ‘regulier als het kan, speciaal als het moet’. 

Meer weten?

Wil u meer informatie over het (voortgezet) speciaal onderwijs of over LECSO? Stel uw vraag aan onze Helpdesk of benader onze beleidsadviseur Corine van Helvoirt.

Laatste nieuws

Vier clusters

Het (v)so is onderverdeeld in vier clusters, op basis van de problematiek van de leerlingen.

Veelgestelde vragen

  • Onze school wil een nieuw ontwikkelingsperspectief ontwikkelen. Zijn er sinds 2013 nieuwe richtlijnen gemaakt?

    De richtlijnen voor het ontwikkelingsperspectief (OPP) zijn aangescherpt. Inmiddels is het bijvoorbeeld verplicht dat ouders een handtekening onder het handelingsdeel van het OPP zetten. Op de website van Lecso staat voor het speciaal onderwijs een voorbeeld met handreiking die is afgestemd met de inspectie. 

     

  • Wat is invlechting/ontvlechting en waarom is dit nodig?

    Speciaal onderwijs en regulier onderwijs zijn voor de wet nog twee gescheiden werelden. Dat is niet in lijn met de gedachte van passend onderwijs. In het bestuursakkoord van 2014 hebben de PO-Raad en de VO-raad daarom afgesproken de invlechting van het speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) in het regulier onderwijs te gaan voorbereiden. Aanleiding hiervoor is dat de inhoudelijke verschillen tussen het (v)so en het regulier onderwijs steeds kleiner zijn geworden en de verschillen tussen so en vso groter. In Passend onderwijs werken alle scholen voor leerlingen in de basisschoolleeftijd samen in een samenwerkingsverband po en alle scholen voor leerlingen in de middelbareschoolleeftijd in een samenwerkingsverband vo. Invlechting van het (v)so is dus een logische stap.

    In de afgelopen jaren is al veel werk verzet om de mogelijkheden van de invlechting te verkennen. Daarbij werkten de PO-Raad, de VO-raad, LECSO en OCW nauw samen. In vervolg hierop onderzoeken deze partners samen met enkele scholen en samenwerkingsverbanden hoe de samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs verder kan worden gestimuleerd en welke belemmeringen daarvoor opgelost moeten worden.

    Belangen beter vertegenwoordigen

    Het uitgangspunt is dat de ontvlechting een kwaliteitsimpuls is voor het (v)so, doordat de randvoorwaarden beter worden. Leerlingen en ouders zouden zo min mogelijk moeten merken van de organisatorische kant van de invlechting. Hun belangen kunnen straks daarentegen beter vertegenwoordigd worden en er ontstaan meer kansen voor ‘normaal wat normaal kan, speciaal wat speciaal moet’.

    Wat doet de PO-Raad?

    Op basis van eerder vastgestelde knelpunten onderzoeken diverse commissies in welke vorm de invlechting het beste plaats kan vinden. Een voorbereidingswerkgroep bereidt voor, een beleidsgroep met veldvertegenwoordigers toetst en een stuurgroep ‘(v)so in de transities’ besluit. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap begeleidt deze activiteiten. 

  • Wat kan een school doen als er situaties ontstaan waarbij leerlingen een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving?

    Er is geen wettelijk kader voor fysiek beperkend handelen en het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen in het onderwijs. Daarom is het nodig dat iedere school duidelijke afspraken maakt over het handelen van professionals.

    Lees meer hierover in de richtlijn die hiervoor, in opdracht van LECSO samen met scholen, het NJi en Stichting School en veiligheid is gemaakt. Ook de Inspectie en juristen hebben hun medewerking verleend.