CAO PO

Een goede cao voor het primair onderwijs maakt het mede mogelijk dat leraren, schoolleiders en onderwijsondersteuners hun werk goed kunnen doen en dat leerlingen daardoor goed onderwijs krijgen.

In de cao maakt de PO-Raad als werkgeversorganisatie met de werknemersorganisaties afspraken over arbeidsvoorwaarden. De PO-Raad behartigt daarbij de belangen van de schoolbesturen aan de cao-tafel. Bij deze onderhandelingen is oog voor de uitvoerbaarheid van de afspraken voor het schoolbestuur en voor de kwaliteit van het onderwijs voor leerlingen. Uitgangspunt is dat schoolbesturen in positie worden gebracht om integraal verantwoordelijkheid te dragen voor het werkgeverschap. Zelf afwegingen maken over organisatie inrichting en de arbeidsvoorwaarden daarbij. Vrijheid om te kunnen besturen. Daarom is de inzet van de PO-Raad juist op minder regelen minder vastleggen minder details meer keuze en beslisruimte. Waar ook ruimte is voor schoolbesturen om dit te laten regelen of vrijheid te geven op schoolniveau. Naast het afsluiten van de cao biedt de PO-Raad ondersteuning aan de schoolbesturen bij het uitvoeren van de CAO. 

Geldende CAO PO 2016-2017

Op 27 april 2016 heeft de PO-Raad een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe CAO PO 2016-2017 met de vakbonden afgesloten. Deze cao is op 1 juli door alle partijen officieel ondertekend. Download hier de integrale tekst van de cao.

Kop-cao

Het geld voor de arbeidsmarktmiddelen voor het primair onderwijs en voor de vakbondsfaciliteiten (Govak-middelen) wordt vanaf 2018 toegevoegd aan de lumpsum. Schoolbesturen zijn vervolgens verplicht om dit geld af te dragen. Deze verplichting is vastgelegd in een zogenaamde kop-cao.

Onderhandelingen nieuwe cao

Als eerste stap in het onderhandelproces voor een nieuwe cao wordt met de arbeidsvoorwaardencommissie gesproken over speerpunten en prioriteiten onderwerpen op hoofdlijnen en thema’s. Vervolgens maakt de onderhandleingsdelegatie dit concreet in de vorm van een conceptmandaat en een conceptinzetbrief. De Arbeidsvoorwaardencommissie wordt gevraagd hierover te adviseren aan het bestuur van de PO-Raad. Het bestuur geeft, op basis van het advies, onderhandelingsmandaat aan de onderhandelingsdelegatie. Lees ook het volledige proces van onderhandelingen over de cao.

De cao is bindend voor leden van de PO-Raad en bij algemeen verbindend verklaren, wordt deze ook geldend voor niet-leden die wel tot de sector primair onderwijs behoren.

Primaire- en secundaire arbeidsvoorwaarden

Vanaf januari 2014 onderhandelt de PO-Raad met de bonden over zowel de primaire- als secundaire arbeidsvoorwaarden. Tot die tijd werd over de primaire arbeidsvoorwaarden nog door het ministerie van OCW met de bonden onderhandeld, sinds de decentralisatie kan aan één cao-tafel over het totale pakket arbeidsvoorwaarden onderhandeld worden. Hierdoor kan er een beter op elkaar afgestemd arbeidsvoorwaardenpakket samengesteld worden. 

Vragen?

Voor meer informatie over de CAO PO kunt u contact opnemen met de Helpdesk van de PO-Raad (voor leden van de PO-Raad). In de Toolbox HRM zijn tools te vinden die helpen bij het implementeren van de CAO.

Bestanden bij dit onderwerp

Laatste nieuws

CAO PO 2016 - 2017

Veelgestelde vragen

  • In artikel 6.17 (overlijdensuitkering) van de cao is o.a. opgenomen dat meerderjarige kinderen, ouders, broers of zusters voor wie de overledene kostwinner was in aanmerking komen voor een uitkering bij overlijden. Wat wordt verstaan onder “kostwinner”?

    Onder het begrip kostwinner moet het volgende worden verstaan:

    Een overledene wordt geacht kostwinner te zijn geweest indien de nabestaande geheel of grotendeels afhankelijk was van zijn of haar inkomen (van de overledene). Bepalend of iemand kostwinner was, is derhalve de (mate van) afhankelijkheid van het inkomen. Een nabestaande is (geheel of grotendeels) afhankelijk van het inkomen van de overledene indien door de overledene (grotendeels) werd voorzien in de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud. Anders gezegd, de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, kwamen (voor het merendeel) ten laste van de overledene.

    Daarnaast moet worden vastgesteld wanneer de nabestaande grotendeels afhankelijk is van het inkomen van de overledene. Van afhankelijkheid is in ieder geval geen sprake wanneer een nabestaande voor meer dan 50% bijdroeg aan het totale inkomen. Uit deze laatste vaststelling mag echter niet de conclusie worden getrokken dat wanneer de overledene voor meer dan 50% bijdroeg aan het totale inkomen hij of zij geacht kan worden kostwinner te zijn geweest. Criterium is immers de (mate van) afhankelijkheid, waarvoor bepalend zijn de kosten van levensonderhoud (de noodzakelijke kosten van bestaan). Er moet worden vastgesteld dat door een nabestaande niet, althans niet voldoende, in de eigen kosten van levensonderhoud kon worden voorzien. Als houvast kan hiervoor worden aangehouden dat de kosten voor levensonderhoud 50% van het totale inkomen bedragen. Wanneer bovendien meer dan 50% van de kosten voor levensonderhoud voor rekening van de overledene moesten komen, kan worden vastgesteld dat de nabestaande grotendeels afhankelijk was van het inkomen van de overledene. Anders gezegd; er moet worden vastgesteld of de eigen inkomsten van de nabestaande minstens de helft van de kosten voor levensonderhoud niet overschreden.

    In een voorbeeld geïllustreerd:

    Inkomen overledene   3000 euro
    Inkomen nabestaande 2000 euro
    Totaal  5000 euro
    Kosten levensonderhoud 2500 euro (50% totale inkomen)
    Grootste deel grens 1250 euro

    Conclusie: hoewel de overledene voor meer dan 50% bijdroeg aan de totale inkomsten kan niet worden gezegd dat deze ten aanzien van de nabestaande grotendeels in de kosten van levensonderhoud voorzag. De inkomsten van de nabestaande bedroegen meer dan e 1.250,--. Overledene was derhalve geen kostwinner.

  • Wordt het ouderschapsverlof ook opgeschort tijdens kortdurend ziekteverlof zoals griep?

    In artikel 8.19 lid 9 cao PO staat dat het ouderschapsverlof van rechtswege wordt opgeschort bij ziekte. Er wordt geen termijn aan de duur van de ziekte verbonden en in het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen betaald en onbetaald ouderschapsverlof. Dit betekent dat bij elke vorm van ziekte (ook al is het één dag) het betaald en onbetaald ouderschapsverlof wordt opgeschort. De werknemer kan in overleg het ouderschapsverlof op een ander moment inzetten.

  • Mogen we nog bindingscontracten afsluiten na 30 september 2017 nu er nog geen nieuwe cao po is en de huidige cao po doorloopt?

    Nee, in de cao po is echt de datum opgenomen van 30 september 2017. Deze datum wordt niet opgeschort. Het is dan ook niet mogelijk om na die datum nieuwe bindingscontracten af te sluiten.